|
|
|
inhoud:
belangrijke links: Theologische Universiteit Apeldoorn
|
preken over 1 Korinthe door ds. Bikker:
Lezen: 1 Korintiers 5. Thema: tucht in de gemeente.
Inleiding. Net als Amsterdam was Korinthe een havenstad. Korinthe was beroemd om de vrije levensstijl van haar inwoners. Er is in het Grieks zelfs een woord voor echtbreuk dat letterlijk betekent: ‘de Korinthier uithangen’. Op die vrije levensstijl was de stad trots. A. Ook in de gemeente zijn er sexuele uitspattingen. Paulus stelt dit aan de orde. Er is een geval van hoererij aan hem bekend ( ‘porneia’, in het Grieks). Een man heeft een sexuele relatie met de vrouw van zijn vader. Buiten de gemeente wordt er schande over gesproken, maar de gemeente is trots op haar tolerantie en ruimdenkendheid. B. Paulus wil dat de dader uit de het midden van de gemeente wordt weggedaan (vers 2b) Paulus noemt dat in vers 5 iemand aan de satan overleveren. Dat klinkt hard en zwaar en moeilijk. Paulus bedoelt hiermee: Ieder mens leeft onder de regering van óf God óf de boze. Het is van tweeën een. En als iemand in de gemeente volhardt in zijn zonde, wordt hij door deze daad gewaarschuwd. ´Jij stelt je onder de macht van de boze!´ De weg die hij nu kiest lijdt naar het verderf. Dit wordt niet gedaan om iemand te straffen, maar om iemand te waarschuwen en hem op te roepen tot bekering. ‘Opdat zijn geest behouden worde op de dag des oordeels’ (vers 5). Het woord tucht komt van het Duitse woord ‘ziehen’, ´trekken´. De bedoeling is een mens terug te trekken naar een leven met God. Iemand die onder tucht staat wordt voor een korte of langere tijd geweerd uit de gemeenschap van de kerk. Dat betekent concreet dat hij of zij niet mee mag doen aan het Avondmaal. Want daar is de kern van de gemeenschap van de kerk. Hij wordt wel uitgenodigd om de kerkdienst te blijven bijwonen. Want we hopen dat hij zich bekeert, en zondaren moeten altijd Gods woord horen. C. Deze praktijk beveelt Jezus in Mat. 18: 15-18. ‘Indien uw broeder zondigt, ga heen, bestraf hem onder vier ogen. Indien hij naar u luistert, hebt gij uw broeder gewonnen. Indien hij niet luistert, neem dan nog een of twee met u mede, opdat op de verklaring van twee getuigen of van drie elke zaak vaststa. Indien hij naar hen niet luistert, zeg het dan aan de gemeente. Indien hij naar de gemeente niet luistert, dan zij hij u als de heiden en de tollenaar.’ Dit wordt dus pas gedaan wanneer mensen volharden in hun zonde, er bij blijven ondanks dat ze worden gewaarschuwd. De tucht is bedoeld tot heil van de enkeling, en van de gemeente. Om niet in haar midden te dulden, wat de gemeenschap kapot maakt. Want zonde maakt altijd de relaties tussen mensen kapot, en de relatie met God. D. Zegt Paulus nu dat ik onder de satan val wanneer ik zondig? Maar hoe zit het dan met de volharding der Heiligen? Als ik eenmaal kind van God ben, dan kan niets mij toch scheiden van de liefde van Christus? (Rom 8). Dat is waar, en dat geloven wij ook. Niemand kan uit Gods hand geroofd worden. Maar wij geloven ook dat wedergeboorte en bekering vruchten afwerpen, en dat een levend geloof ook zichtbaar wordt in een levensstijl die bij dat geloof past. Die twee dingen moet je altijd tegelijk zeggen. Want anders zou een opgeblazen mens kunnen zeggen: Ik ben nu kind van God, dus laat ik zondigen wat ik wil. Mijn heil is toch vast in Gods verkiezing. Aan de andere kant: Laten we ook niet radeloos worden wanneer wij zonde in ons leven ontdekken, alsof er geen vergeving zou zijn. Vlucht er mee naar Christus! Er is vergeving voor wie verdriet heeft van zijn zonden. Zo mogen wij ook avondmaal vieren, als zondaars zittend aan de tafel van Gods genade.
Lezen: 1 Korintiers 4. Thema: de komst van het koninkrijk. (Heilig Avondmaal + nabetrachting februari 2008)
Inleiding: Paulus heeft al eerder dingen gezegd over de eenheid in de gemeente. Er zijn in korinthe groeperingen, die zichzelf beter vinden dan anderen. Het probleem gaat echter nog verder: Van één groep vinden de mensen zich beter dan de rest omdat zij zeggen: ‘Wij leven als compleet geestelijke mensen. Waar wij zijn, daar is het koninkrijk van God’. En waar zij zijn, is dus alleen maar heerlijkheid, geestelijk leven, overwinning op de zonde en de aanwezigheid van God.’ Zulke mensen zijn natuurlijk op niks meer aan te spreken. Paulus noemt hen ‘opgeblazen.’
A. Het Koninkrijk van God.‘Het Koninkrijk van God is hier’. Wat moet je je daar bij voorstellen? Het Koninkrijk van God is overal waar God regeert. Wij belijden dat God regeert in de gemeente, en in de levens van de mensen die Hem dienen. Waar de Heilige Geest werkt, daar is het koninkrijk van God. Als je het zo bekijkt hebben die mensen uit de gemeente van Korinthe toch gelijk? Waarom is Paulus daar dan zo fel op? Drie redenen. 1. Dat het koninkrijk der hemelen er is, dat mogen wij geloven. Maar dat het al zichtbaar zou zijn voor iedereen, openbaar, is iets anders. Wij spreken van het ‘reeds en nog niet’ van het koninkrijk van God. Het is er al wel, en de zonde en de dood zijn al overwonnen, maar ze zijn er nog wel, en ze hebben nog speelruimte. Het koninkrijk van God is er al wel, maar het is nog niet af, volkomen. Naar dat moment mogen wij uit zien. * Voorbeeld: In de tweede wereldoorlog viel de beslissing bij de landing in Normandië, die dag heet D- day ( decision – day, dag van de beslissing). Toen was de oorlog reeds beslist, maar nog niet over. De oorlog eindigde op V – day, (victory – day, dag van de beslissing). Dat is hetzelfde reeds en nog niet. Onze D- day was Pasen, onze V – day is de wederkomst. 2. Hier uit voortkomend: Waar Gods koninkrijk is, daar is niet alleen maar glorie en heerlijkheid, maar daar is ook strijd. Want het koninkrijk is er reeds, maar nog niet volmaakt. Die strijd speelt zich ook af in ons leven. Dat voelt helemaal niet glorieus, maar in die strijd mogen wij wel merken dat de Heilige Geest in ons werkt, en ons kracht geeft. 3. Het karakter van dat Koninkrijk is anders dan dat van onze koninkrijken. Het is ‘niet van deze wereld’. Jezus was koning, maar was nederig en hij leed pijn en stierf aan een kruis. Zo was zijn koningschap. En zo is ook het leven van Paulus ( vers 11- 13) Gods regering is alleen zichtbaar voor de ogen van het geloof.
B. Toepassing: Nederigheid. Als je zegt:’Waar ik ben, daar is Gods koninkrijk, dus ik ben bijzonder, niemand doet mij wat’, dan noemt Paulus je opgeblazen. Je hebt dan vergeten hoe Jezus regeerde en dat wij ook leven in een geestelijke strijd. Tegenover opgeblazenheid staat nederigheid. Maar nederigheid is niet iets waar je toe besluit: ‘Ik ben nederig’. Voor je het weer wordt nederigheid een deugd (‘kijk eens hoe nederig ik ben!’). Nederigheid is een gave van de Heilige Geest, en ontstaat waar wij in geloof zien op Jezus, en Hem volgen. Zo kunnen we ook staande blijven in de strijd. Door deze houding voorkomen we ook teleurstelling in onszelf. Wie valt in de strijd, mag zeggen: Dit gebeurt, omdat de zonde nu nog een plek heeft in deze wereld. Maar zonde en door zijn al overwonnen, dus ik houd me vast aan de belofte, dat Gods koninkrijk eens volkomen zal zijn. Dat geloof geeft ook moed om vol te houden. Nederigheid mag ook geen valse bescheidenheid worden. ‘Ik ben zo zondig, er is zo veel ellende, ik ben zo onwaardig, kunnen we dan zeggen. Maar daarmee kunnen we ook Gods werk ontkennen en in de weg staan.
Lezen: 1 Korintiers 3. Thema: Bouwen aan een huis.
Inleiding: De preken van Paulus vallen tegen in de gemeente van Korinthe. Hij kan lang niet zo mooi spreken als de sofisten, hij is zelf ook geen aantrekkelijke of indrukwekkende man. En de gemeente vindt zijn preken wat simpel. Maar waarom gebeurt er nou niks in de gemeente, terwijl Paulus toch het evangelie preekt, de ‘kracht Gods en de wijsheid Gods’?
A. Het juiste voedsel toedienen (vers 1-9). Een baby krijgt geen biefstuk, want hij kan dat niet verdragen. Zo is het ook met gelovigen. Wij groeien in geloof. Wij worden van baby tot volwassenen. Een jonge gelovige is heel afhankelijk van hulp van anderen, weet nog niet zo veel, maar gaat dingen leren, en gaat op eigen benen staan. En bij elke fase van het geloof hoort bepaald voedsel. Sommige dingen zijn nodig om van het begin af te horen, andere dingen kun je pas later begrijpen. Paulus zegt tegen zijn gemeente: Jullie zijn geestelijk onvolwassen, want er is twist en nijd onder u. Jullie leven niet geestelijk. Ook al doe je wel geestelijk. En daarom kan ik jullie alleen maar melk geven, kindervoedsel. Ik behandel jullie als kleine kinderen omdat je je ook zo gedraagt. Ga eerst maar eens de eenvoudige dingen die ik je vertel ook doen, dan gaan we daarna wel dieper. Toepassing: ‘voegt u in het eenvoudige’. (Rom 12: 16).
B. Het voorbeeld van het bouwen. (vers 10 – 15 ) Paulus legt uit waarom die ruzie in de gemeente over de verschillende predikers moet ophouden. (ook in vers 6 – 8) Hij gebruikt een voorbeeld. De verschillende predikers hebben in de gemeente samen gewerkt aan hetzelfde project, zoals bouwvakkers samen bouwen aan één gebouw. Zinvol bouwen kan alleen als het fundament goed ligt. Het fundament van de gemeente is Christus. B1. Een ander fundament kun je niet leggen. ‘Een ieder zie toe, dat hij daar op bouwt’. Op dat fundament mogen wij bouwen. Wij mogen bouwen aan een ‘geestelijk huis’, door samen te groeien en elkaar te helpen in het geloof. Waar je mee bouwt maakt niet uit, maar wel of het op het fundament is van Christus. Toepassing: denk er eens over na; ‘Waarom doe ik deze dingen in de gemeente, of voor anderen? Is dat uit liefde, of doe ik het mopperend? Het fundament moet zijn: ‘Omdat Hij mij eerst heeft liefgehad!’ B2 Ieders werk zal aan het licht komen. Er zal geoordeeld worden over ons leven, en over ons bouwen. Er wordt gekeken met ernst, wat niet goed genoeg is wordt weggedaan, en met genade, want er is ook behoud. ( ‘als door het vuur, zie Amos 4:11,en Zacharia 3:2)
C. Bouwen aan Gods tempel (vers 16 – 23). De tempel is het huis waar God woont midden onder zijn mensen. Dat is het gebouw waar Paulus over spreekt: de gemeente, die gebouwd wordt is Gods tempel. Wij mogen bouwen aan een plek waar God wil wonen. Dat is een bijzondere genade die de Here ons geeft. Let er op dat Paulus, wanneer hij zegt ´Gij zijt Gods tempel´, het meervoud gebruikt. Niemand kan zeggen: ´Ik ben Gods tempel´. Je kunt alleen zeggen: `Wij zijn Gods tempel´. Daarom is het ook zo belangrijk dat wij er op letten dat ons samenleven heilig is. Want God wil er in wonen! Daarom mag er ook geen ruzie zijn. Geestelijk leven is vaak in onze traditie gezien als iets wat een mens alleen beleeft ´met een boekje in een hoekje´. Daar zit waarheid in, in die zin dat ieder mens alleen voor God moet verschijnen, en dat het een persoonlijke zaak is om met God verzoend te worden. Maar het groeien in geloof is iets wat je samen leert: aan elkaar en met elkaar. Geestelijk leven is geestelijk samen leven. Paulus zegt: ´Jullie zijn van Christus´. Dat is een meervoud. Bouwen op het fundament. Is groeien in Christus, iets doen met je leven. Paulus bezwaar is dat er geen groei is, ze zijn dan wel ‘gered’, maar er is geen verandering.
Lezen: 1 Korintiers 2. Thema: Hoe word ik een spiritueel mens?
Inleiding: Spiritualiteit is in de mode. Er zijn veel manieren van spiritualiteit. Hoe wordt ik een spiritueel mens? Deze vragen leefden ook in de gemeente van Korinthe, er was grote verwarring. Sommigen zeiden: als je in tongen spreekt, ben je geestelijk Volgens anderen was een geestelijk mens gehuwd, of weer ander dingen. Paulus spreekt over de Heilige Geest.
A. De prediking van het Evangelie. (vers 1-5) Elke dag komen duizenden boodschappen op ons af. Reclame op de TV, krantenberichten, brieven, websites. Paulus had ook een boodschap. Hij kwam naar Korinthe met vrees en beven om over het Kruis van Christus te preken en niets anders. (vers 1-3) Opdat het geloof van de gemeente zou rusten op de kracht van God. (vers 5) Paulus zegt hier dat het geloof van de gemeente ontstaat uit de prediking van het woord. De Heilige Geest gebruikt dat met kracht. God geeft geloof aan mensen, door de preek. Dit is een groot geheim, en een dwaasheid voor veel mensen. Dominees zijn geen filmsterren, preken zijn soms saai. Maar die gewone preken, die wij al zo lang horen, wil God gebruikten. Zo eenvoudig is het. Wij kunnen dat haast niet geloven, en denken dat er nog wel iets bijzonders voor nodig is. Welke verwachtingen hebt u- heb jij? Daarmee loop je de kans dat je mist wat God wil geven door die gewone en soms saaie preken in de kerk.
B. De Geest van God maakt ons een geheim bekend. (vers 6-12) Het evangelie zegt ons als het goed is dingen die we nergens anders horen, omdat het de ´verborgen wijsheid van God´ is (vers7). Als je dus in de preek hetzelfde hoort als ergens anders, moet je oppassen. God maakt zijn geheim bekend aan mensen, die dat geheim van zichzelf niet kunnen snappen. Hij geeft door zijn Heilige Geest dat wij het wel gaan begrijpen. Paulus noemt dit een geheimenis, een mysterie. (vers 7). De inhoud van dat geheim is het evangelie van het kruis van Christus. (Vers 3). De Heilige Geest is ons gegeven opdat wij zouden weten wat ons door God in genade is geschonken. De Heilige Geest is de enige die weet wat er in ´de diepten van God´ leeft, en maakt dat aan ons bekend tijdens de preek! Dit alleen al is een groot wonder van genade.
C. Wij leren nieuwe woorden. (vers 13) De predikant zegt dus ook niet zo maar wat hij leuk vindt of mooi, maar moet ook leren zeggen wat God zegt in zijn Woord. Hij moet daarin gehoorzaam zijn. Gelukkig wil de Heilige Geest ook predikanten woorden leren om te spreken. Maar die woorden wil hij aan de hoorders van de prediking ook leren, zodat wij nieuwe (spirituele, geestelijke) woorden op ons eigen leven gaan toepassen. Zonde, genade, geloof, hoop , liefde, vertrouwen. Deze woorden leren we niet alleen, maar we leren op een andere manier naar God, de wereld en onszelf kijken. Dat is een spirituele, een geestelijke manier. Wij leren ´het geestelijke met het geestelijke vergelijken´ (vers 13). Wij leren op een geestelijke manier oordelen over dingen om ons heen. Dit noemt Paulus ergens anders de vernieuwing van ons denken (Romeinen 12). Dat gaat over onze gehele houding en instelling.
D. Wij worden andere mensen. (vers 14-16). Zo maakt God mensen tot geestelijke of spirituele mensen. Wat wij uit onszelf dwaasheid zouden vinden, leren wij plotseling verstaan en geloven. Sterker nog, wij gaan uit die dingen kracht putten, moed en wijsheid. Maar dan wel op een manier die andere mensen, die niet geloven, nooit kunnen begrijpen. ´Een ongeestelijk mens… kan het niet verstaan (vers 14). Het is goed dat we dat onthouden. Je kunt iemand die niet gelooft niet kwalijk nemen dat dat zo is, want hij of zij kan het niet begrijpen. Dat kan alleen door het werk van de Heilige Geest. Wij kunnen hen wel liefhebben, opzoeken, trouw zijn, vertellen wie Jezus is. Onthoud ook dat wij allemaal zo waren. Als je dat ziet, ook bij jezelf, pas dan zie je goed hoe zeer het evangelie mensen verandert.
Lezen: 1 Korintiers 1: 10 - 31.
A. Eendracht in de gemeente. ‘Ik vermaan u dan bij de naam van onze Here Jezus Christus.’ (vers 10) Paulus valt met de deur in huis en snijdt het kernprobleem van de gemeente in Korinthe aan. Paulus benoemt hier de bron van zijn gezag nog eens (Christus), en gebruikt het ook. Er is geen eenheid in de gemeente. Dat dat een kernpunt is, zien we bijv. in Joh 17:20 bidt Jezus: Ik bid dat zij allen één zijn. Wat was er aan de hand?
In de Griekse cultuur had je sofisten, mensen die erg kunstig konden spreken en die optraden als opinieleiders. (denk aan columnisten als Theo van Gogh). Die mensen hadden de status van filmsterren, en zij hadden ook fans. Deze cultuur werd ook meegenomen de gemeente in. Predikers werden gezien als zulke sofisten. ‘Ik hoor bij de club van Paulus, van Kefas (Petrus) of Apollos (Hand 18:24 en verder). Daarvan maakten de gemeenteleden hun identiteit. Dus maakt Paulus onderscheid tussen het evangelie en de ‘wijsheid van woorden’(v17). Ook zijn er mensen die zich onttrekken aan elk gezag door te zeggen ‘Ik ben van Christus’. (vers 13) Dan maak je je zelf zó geestelijk, dat je geen gemeente meer nodig denkt te hebben.
Toepassing: Het gaat fout wanneer mensen gezag krijgen binnen de gemeente op een verkeerde manier, en gemeenteleden gaan zeggen ‘Ik ben van die’, of ‘Ik ben door die gedoopt’. Denk aan problemen met dominees die denken dat zij de baas zijn. De kerk is niet van de dominee, de kerk is van Christus. Daarom hebben wij ook een kerkenraad, die gezamenlijk het gezag van Christus moet uitoefenen, samen met de gemeente.
B. De gemeente van Christus is één. Wat betekent dat? 1. Dat betekent niet dat wij alles goed vinden en dat alles mag, omdat wij graag iedereen te vriend houden. Eenheid is niet normloosheid. Dit is een moeilijk punt in onze tijd, waarin wij graag ‘ieder in zijn waarde laten’. Paulus ontloopt conflicten niet ( 4:21, Galaten 2: 11). Als het gaat om de kern van het evangelie, dan moeten wij duidelijk zijn. 2. Dat betekent ook niet dat wij overal hetzelfde over denken en dat wij alles hetzelfde doen. Wij hebben geen eigen scholen, geen eigen krant dragen geen uniform. Wij verschillen over veel dingen van mening en wij verschillen in smaak en stijl. En zo heeft de Here God het ook bedoeld: eenheid in verscheidenheid. (Zie de Efeze brief). De kerk is geen sekte. 3. Eenheid is wel dat wij als het gaat om de kern van het evangelie elkaar steeds zoeken en vasthouden, en elkaar daarop kunnen aanspreken. Het woord van het kruis, dat voor anderen een dwaasheid is, is voor ons kracht Gods. (vers 18) Mensen zijn zondaren, en hebben Christus nodig, en de vergeving van zonden. Er is het oordeel, voor wie Christus niet kent, er is hemel en hel, geloof is het werk van de Heilige Geest, de Bijbel is het Woord van God. 4. Geestelijke Volwassenheid betekent gezond omgaan met het gezag van Gods woord: je er nederig onder kunnen voegen, maar het ook met kracht kunnen uitdragen.
C. De eenheid in Christus: nederigheid. Eenheid binnen de gemeente ontstaat waar de leden nederig zijn. Christus zelf kwam ook om te dienen in nederigheid. Zo is de gemeente ook: ‘Wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitverkoren’, vers 27. Wij moeten onze trots laten varen, ‘opdat geen vlees zou roemen voor God’. Want bij het evangelie van genade past geen trots. Waar trots is, is geen plaats voor genade! En daar woont Christus niet. Onderzoek jezelf hier eens op: Waar ben ik trots op? Zijn er dingen waardoor ik mij beter voel dan een broeder of zuster in de gemeente? Als dat er is, moeten wij ons bekeren.
Lezenl 1 Korintiers 1: 1 – 9.
A. Een brief aan de gemeente. (v. 2) ‘Aan de gemeente Gods te Korinthe’. Dat is een brief voor een concrete gemeente, op een zeker moment. Die gemeente was net zoals wij zijn. De brief mogen wij ook lezen als bestemd voor ons: een concrete gemeente met eigen zorgen. Maar: de brief is voor óns, niet voor mij. Wij lezen de Bijbel vaak als persoonlijk, en proberen er iets uit te halen ‘voor mij’. Maar hier wordt een brief aan een gemeente als geheel geschreven en voorgelezen. We moeten dus ook samen zoeken naar wat deze brief wil zeggen voor ons als geheel. Dat geeft allicht nieuwe inzichten, want zo hebben we nooit gelezen in de brieven van Paulus. Aan de geroepen heiligen, allen die de naam van Jezus aanroepen. (vers 2) Wat is de kerk dan? Jij bent de kerk, niet het gebouw, niet de synode, maar jij. En deze mensen die de kerk zijn worden heiligen genoemd. Ook in deze gemeente, waar toch erg veel mis was: ontucht, afpersing, dronkenschap, rechtzaken en zo meer.
B. Een brief van een apostel. Petrus noemt zichzelf in de eerste regel van de brief een apostel (Een apostel is iemand die wordt gezonden). En hij is geroepen en gezonden door God. ‘Door de wil van God, vers 1)Wat hij zegt, is komt van God. Daarom spreekt Paulus met gezag. Gezag is in deze tijd lastig geworden. Wij hebben moeite met autoriteit. Voorbeeld: een postbank – reclame Land wars van
betutteling, geen uniform is heilig Vijftien miljoen mensen,
op dat hele kleine stukje aarde Toch hebben we allemaal waarden, en een autoriteit. Desnoods zijn we dat zelf, of ons gevoel, of de norm van de groep waar we in zitten. Wie is jouw autoriteit?
C Een scherpe brief. In hoofdstuk 5: 9 noemt Paulus een brief die hij eerder had geschreven. (5: 9) Telkens wanneer hij Korinthe ontmoet of schrijft moeten er harde noten worden gekraakt. De gemeente is heilig, maar is ook vol zonde. Tegelijk moet ze licht zijn in een zeer duistere wereld. En zo een wereld was de stad Korinthe. Het was een verwereldlijkte stad, met alles wat je maar kunt bedenken aan narigheid en gekkigheid. Het woord ‘Korintier zijn’ was een woord dat betekende ‘ontucht plegen’. De levensstijl van de Korintiers was dus spreekwoordelijk. En de inwoners van die stad waren lid van de gemeente, en ze werden bekeerd, maar namen hun oude leven toch ook mee de kerk in.
Kijk eens naar je eigen kerk met de ogen van Paulus. Wat zie je? Dingen gaan mis in mijn kerk. Wat doe je? ‘Ik kan maar beter weggaan/ wegblijven?’ Of: ‘Ik kan maar beter gaan helpen?’ Denk er aan: De kerk, dat ben je zelf. De kerk is zondig, omdat ik dat ben. Een perfecte kerk komt later pas, in de hemel. (Citaat van de kerkvader Augustinus: De kerk is een hoer, maar ze is mijn moeder!
De dingen die mis gaan worden worden aan de orde gesteld. En ze worden tegen het licht gehouden van Gods genade. Dat maakt dat we ons ongemakkelijk voelen, allemaal. Want nu komen ook wij zelf aan de orde, en onze levens U en jij zult ontdekken in de loop van de komende weken, dat dingen die eng leken en moeilijk , juist hoopgevend zijn. Maar ook zal blijken dat dingen die ik gewoon vond, zondig en schadelijk zijn. Durf jij mee te doen aan dit onderzoek? Durft u het aan om uw leven onder het gezag van een apostel te stellen?
|
|
mail naar
g.bax@hccnet.nl
met vragen of commentaar over deze website.
dagelijks nieuws vanuit de krant:(Reformatorisch dagblad) |